de Werkbanken

De vakkennis en het vakmanschap van een goudsmid staat niet op zichzelf, maar staat in directe relatie met dat van al zijn voorgangers. Iedere goudsmid heeft een schuld bij zijn voorgangers en daarom worden met deze werkbanken onze voorgangers niet vergeten.

De 4 werkbanken zijn vernoemd naar de Goud- en Zilversmeden die in de geschiedenis van ‘s-Hertogenbosch een belangrijke rol hebben gespeeld.

1.-  de Johannes Boomer  werkbank.

Van Johannes Boomer is alleen bekend dat hij aan het einde van de 13de eeuw in Den Bosch aan het werk was als goudsmid en is daarmee de oudst bekende goudsmid die in de stad heeft gewerkt. Omstreeks dezelfde tijd was er een goudsmid vanwie alleen de voornaam bekend is , Gerard. Uit de 14de eeuw zijn er nog een kleine twintig vermeldingen van goud- en zilversmeden. Enkele van hen hebben waarschijnlijk de zilveren schepenzegels van Den Bosch  gemaakt die thans nog in het Noordbrabants Museum worden bewaard. Uit het aantal van 20 kunnen we afleiden dat er op ieder willekeurig moment in deze eeuw minstens vier goudsmeden in de stad werkzaam waren, een groot aantal voor een plaats van toen nog geen tienduizend inwoners.

 

Joris van Vezelaer door Joos van Cleve

2.   de Joris Jacobs Vezelaer werkbank.

Joris Jacobs Vezelaer – geboren rond 1493 – overleden in Antwerpen 1570 was net zoals zijn vader goudsmid. Hij is veruit de bekendste zoon van Jacob    Vezelaer. Hij verhuisde naar Antwerpen en maakte veel naam. In 1524 was Joris Vezelaer deken van het Antwerpse Goudsmedengilde, later werd hij Generaal van de Munt in dienst van de Landsheer van de Nederlanden, Karel V. Van Joris Vezelaer bestaat een bekend schilderij, een van de weinige schilderijen van een Bosschenaar die geboren is in de  15de eeuw. Dit schilderij is in het bezit van de vorst van Lichtenstein en hangt in het museum van Vaduz.

3.   de Hans van Amsterdam werkbank.

Het steegje naast de winkel van VanTol & Breet heette vroeger het Rederijkersstraatje. De ruimte waar deze werkbank staat maakte vroeger deel uit van de Rederijkerskamertjes.

Verguld zilveren beker met bewerkte kokosnoot – Hans van Amsterdam – Metropolitan Museum New York.

In februari 1545 was de meesterzilversmid Hans van Amsterdam deken van de Rederijkers. In het Gilde van de Goud- en Zilversmeden wordt hij van 16 november 1534 tot 1565 vermeld in diverse functies, zoals meester, deken en gezworene. Hans van Amsterdam moet vele malen door het Rederijkerstraatje hebben gelopen op weg naar de ruimte waar deze werkbank zich bevindt. Op 3 juni 1536 kocht Hans van Amsterdam  van de erven van zijn collega-goudsmid Herman Preyt een huis in de Kerkstraat.  De Kerkstraat  was in de zestiende eeuw  het centrum van de Bossche Goud- en Zilversmeden. Hans van Amsterdam is de maker van een kokosnoot drinkbeker dat in het bezit is van het Metropolitan Museum of Art in New York.

Hans van Amsterdam heeft veel leerlingen opgeleid en het is passend dat deze werkbank is vernoemd naar deze, voor Den Bosch, belangrijke goudsmid. Hans van Amsterdam heeft bijgedragen aan de langdurige reputatie van ‘s-Hertogenbosch als stad van Goud- en Zilversmeden.

4.   de Theodoor Victor van Berckel werkbank.

Theodoor Victor van Berckel werd op 21 april 1739 geboren als oudste zoon van Catherine Backers en Theodoor Everard van Berckel. Theodoor Victor van Berckel was destijds internationaal bekend. Hij werkte voor hertogen, prinsen, koningen en keizers.

Zijn vader Theodoor Everard was deken van het Bossche Gilde van Goud- en Zilversmeden.

Theodoor van Berckel

Theodoor Victor van Berckel werd in november 1750 als elfjarige jongen ingeschreven als leerling zilversmid. Hij kwam, evenals later twee jongere broertjes, in de leer bij zijn vader Theodoor Everard, die net als zijn vader meester zilversmid was. Het is niet bekend tot hoe lang de leerperiode duurde want er zijn geen documenten waaruit blijkt dat de jonge Van Berckel een vervolgstap in zijn loopbaan maakte. In het archief van het Gilde van goud- en zilversmeden van ’s-Hertogenbosch komen we de naam Theodoor Victor van Berckel slechts twee keer tegen in de leerlingenboeken. Beide keren gaat het om zijn inschrijving als leerling. Een van die documenten luidt: “Theodorus [Victor] van Berckel staat sijn Leerjaaren onder sijn vader Theodorus [Everardus] van Berckel, sijn tijt begint 30 novemb: 1750”.